:: thaliaverkade.nl

Met niks begint zo fris de dag als met een meteorietinslag

De stad Tsjeljabinsk in het Oeralgebergte kende al veel mythes over gesteente en moppen over rampen die de stad treffen. Op de dag na Valentijnsdag trekt een meteoriet een spoor van nieuwe verhalen.

Lees als pdf


In de Russische tekenfilmklassieker Ik schenk je een ster wil de held voor zijn geliefde een ster uit de hemel plukken. Maar in Tsjeljabinsk wonen zulke rauwe kerels dat zij op Valentijnsdag een meteoriet uit het heelal weggrissen. Het is de populairste mop in de stad van ruim een miljoen inwoners, het weekend na de grote klap.

Souvenirs zijn er ook al. Een t-shirt met de tekst: „Met niks begint zo fris de dag, als met een meteorietinslag” kost achttien euro.

In Tsjeljabinsk vertellen ze graag moppen over het onvoorspelbare leven in hun Oeralstad. Zo’n mop begint steevast met de vraag: „Hoe je weet dat je in Tsjeljabinsk bent?” Antwoord: „Als er een treinwagon met broom in de fik vliegt, weet je dat je in Tsjeljabinsk bent.” Dat incident gebeurde in 2011. Of: „Als er een bus in een stuwmeer valt, weet je dat je in Tsjeljabinsk bent.” Dat gebeurde in december. En als er een meteoriet naar beneden komt, dan weet je nu dus ook dat je in Tsjeljabinsk bent.

Schrikken was het zeker in Tsjeljabinsk, toen deze vrijdag, als een vertraagd Valentijnscadeau, een afgedwaald stuk ruimtepuin zo groot als een bus de dampkring raakte, met een klap die volgens NASA dertig keer zo groot was als die van de bom op Hiroshima.

De luchtdrukgolven die volgden, beschadigden, naar intussen geteld is, 4.715 gebouwen. Talloze ramen versplinterden, vooral in scholen en andere panden met oud glas. Het aantal mensen dat medische hulp zocht, liep op tot boven de duizend. Een vliegtuig van het ministerie voor Extreme Situaties bracht een vrouw die door de klap haar rug brak naar Moskou voor een operatie. Veertig mensen liggen nog in het ziekenhuis. Maar de meesten kwamen er met pleisters en jodium vanaf.

Dik plastic houdt nu in de geschonden gebouwen de warmte binnen tot de glaszetters er zijn. Dit weekeinde is al 37.800 vierkante meter glas vervangen. Er is in totaal 189.000 vierkante meter aan nieuw glas nodig. En terwijl 25.000 mensen helpen opruimen, verandert de gebeurtenis in een historisch verhaal.

Om tien voor half tien ’s ochtends was er eerst de flits, „als van een tweede zon die langsgleed”, vertelt administratief directeur Konstantin Rozenberg (58) van de lokale zinkfabriek. „Zo wit als van een spaarlamp”, beschrijft een schooljuffrouw uit het nabijgelegen Kopejsk het licht waarvoor zij haar ogen moest dichtknijpen. De lucht- en geluidsgolven deden er tweeënhalve minuut langer over. De onderwijzeressen uit Kopejsk hadden hun klassen alweer naar hun tafeltjes teruggestuurd toen de ruiten versplinterden. Wie nog bij een raam naar buiten stond te kijken, werd gestraft voor zijn nieuwsgierigheid. Zoals fabrieksdirecteur Rozenberg. „Twee uur later viste ik nog steeds stukjes glas uit mijn haar.” Gewond raakte hij niet.
Van de circa 1.250 aanwezige arbeiders (de zinkfabriek van Tsjeljabinsk is de grootste van Rusland) liepen er maar tien snijwonden op. Twee van hen hadden hechtingen nodig. De heftige beelden van het ingestorte dak van de fabriek die op televisie werden getoond? Dat was alleen het magazijn. De fabriek draaide al snel weer „in normaal regime”.

Toen in 2011 in Tsjeljabinsk een treinwagon met vaten broom in brand vloog, kwamen giftige dampen vrij. Uit angst dat er weer zoiets was gebeurd, overwoog de directeur van de school in Kopejsk na de klap haar leerlingen naar de schuilkelder van de school te brengen (het pand werd gebouwd tijdens de Koude Oorlog). „Maar ik rook niks vreemds. Dus hebben we alle leerlingen hun jassen aan laten trekken en naar buiten gestuurd.” Alleen scholier Vova liep een krasje op in zijn gezicht.

Aan de voet van de afgesleten Oeralbergen is goed te merken dat de aarde, onder de kaarsrechte stratenplannen van steden als Jekaterinburg en Tsjeljabinsk, zelf ook maar een grillige, zwevende brok steen is. Driehonderd miljoen jaar geleden schoven Azië en Europa hier tegen elkaar aan: zo ontstond het Oeralgebergte. Eeuwen concentreerde de menselijk activiteit zich rondom afgravingen en gangenstelsels waarmee delfstoffen zoals koper, ijzererts, steenkool, marmer en gas naar boven werden gehaald. Op de enorme industrieterreinen in Tsjeljabinsk groeien tientallen kleurige buizen uit de grond. Meters hoger maken ze een bocht, raken vervlochten, duiken naar beneden. Langs de uitvalswegen waar veel huizen vrijdag ramen verloren, zit de grond vol diepe gaten. Schachten van de inmiddels verlaten kolenmijnen.

Vreemd gesteente is in deze contreien heel normaal. In elk regiomuseum vindt men azuriet, ametist en agaat. Soms zelfs het geelzwarte Ca(AIOH)(Al,FE)2.(SiO4)3, dat Poesjkiniet heet, naar de grote Russische dichter. Het onooglijkste hotel van de stad is vernoemd naar de mooiste steen: malachiet, dat vol heldergroene schelpvormige lijntjes zit.

Malachiet speelt een belangrijke rol in de verhalen van de Oeralse verhalenverzamelaar Pavel Bazjov (1879-1950), die, had hij nu geleefd, de ideale kandidaat was geweest om alle fabels die rondzoemen over de meteoriet op te tekenen. In de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw noteerde hij de vertellingen van kopermijnwerkers, waarin mythes van Oeralse, Siberische en Finoegrische stammen verweven worden met beslommeringen van het proletariaat in de mijnen. Het bekendste verhaal van Bazjov is De Stenen Bloem, over de kunst van het juwelen maken. Prokofjev maakte er een ballet van.

De hoofdrol in veel verhalen speelt een pinnige hagedissenkoningin, die heerst over de mythische koperberg. Zij beloont eerlijke handwerkslui met voedsel en een badhuis onder de grond. Kwaadwillende fabrieksdirecteuren bekogelt ze met keien. Misschien heeft zij er vrijdag dus wel een handje in gehad, bij de zinkfabriek. Maar dan heeft ze in haar willekeur ook de ruiten laten sneuvelen in het museumpje voor de verzamelaar van haar mythes, in het naar hem genoemde dorp Bazjovo, een half uur buiten Tsjeljabinsk. Glasscherven kwamen terecht in de museumvitrine met mijnwerkershelmen, naast de kast met door kinderen gekleide sprookjesfiguren uit de verhalen van Bazjov.

De fantasie van sommige Oeralbewoners reikte al tot de sterren. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie ontstond er in de bossen een New-Age-sekte van Bazjov-fans. Zij deelden zijn fascinatie met vreemde gesteenten, aanbaden de hagedissenkoningin en meenden dat de mensheid voorbestemd was om te verhuizen naar Mars en Mercurius. De Russisch-Orthodoxe kerk zorgde dat de cultus verdween.

Nu is er dan een meteoriet de wilde Oeralse geschiedenis binnengevlogen. De meeste ooggetuigen zijn er broodnuchter over, maar bij sommigen is de verbeelding geprikkeld. In een edelstenenwinkel op de Kirovstraat vraagt een oudere man zich af of de Oeralbergen magnetische aantrekkingskracht hebben, omdat in 1941 in de regio ook al een kleine bolide werd waargenomen. Een koffieverkoper op de Leninlaan zet een van de vele militaire samenzweringstheorieën uiteen: de kernproeven in Noord-Korea hebben hier vermoedelijk mee te maken, en anders wel het vaderlands defensiecomplex. Overigens moet het verhaal dat mensen in Tsjeljabinsk hun eigen oude ruiten ingooien omdat de staat heeft beloofd kapotte ramen te vergoeden, zeker niet worden geloofd. „Denk je echt dat wij zo dom zijn? Het is hartstikke koud nu buiten. Als het uitkomt, zit je met kapotte ramen die niet worden gerepareerd. Dit is bedacht door mensen van buiten.”

De eerste stukjes meteoriet worden inmiddels aangeboden op het web voor honderdduizend roebel (2.500 euro), nog voordat ze waren gevonden. Duikers daalden zaterdag af in het meertje Tsjebarkoelj, waar een brokstuk van de meteoriet een groot rond wak zou hebben geslagen (iets wat inmiddels weer wordt betwijfeld). Het zicht onder water bleek nul, de laag slijk op de bodem was een halve meter dik. In het weekend werd gemeld dat er niets was gevonden. Het Russische persbureau Ria Novosti kwam vanmorgen met het bericht dat wetenschappers toch al kleine brokstukjes hebben gevonden. Het dozijn meteorietenjagers die zich op een Russische Facebookpagina verenigden, is al begonnen met het enquêteren van ooggetuigen in de wijde omgeving, om vast te stellen waar ze het beste kunnen gaan zoeken als de sneeuw weg is.

In 1941, toen in de regio ook al een kleine bolide werd waargenomen, duurde het volgens de krant ‘Arbeider van Tsjeljabinsk’ zes weken tot een kolchozboer wat grijsbruine stukjes vond „in een kuil van anderhalve meter doorsnede die er eerder nog niet was”. De huidige autoriteiten hebben beloofd vondsten van hun burgers te onderzoeken.