:: thaliaverkade.nl

Tunnelvisie

Een paar weken geleden belde er bij onze flat in Moskou een man aan die via de intercom in het Nederlands, met licht accent, zei: „Jij moet onthouden dat er mensen zijn die van je houden. Dit is wat ik je wou zeggen. Ik ben geen maniak. Ciao.”


Lees als pdf

„Wie is dit?”, vroeg ik. Geen antwoord. Ik hoorde de buitendeur dichtslaan. Tegen mijn vriend herhaalde ik wat de man zei. Hij rende naar het balkon. Er was niemand te zien. Ik voelde me ongemakkelijk.

Een Russische vriend had pas verteld hoe een wijkagent bij zijn vader aan de deur kwam om te controleren of er zich in diens huis geen „extremistische organisatie” ophield. Kort ervoor hadden zoon en vader brieven naar het OM gestuurd om te protesteren tegen het gemak waarmee verdachten hier worden veroordeeld.

Ik moest denken aan corruptiebestrijder en oppositieleider Navalny, naast wie ik een paar dagen eerder aan tafel was beland. Hij gedroeg zich bloednerveus. „Tuurlijk”, zei een collega die hier al lang woont. „Die wordt overal gevolgd.”

Ik was net twee maanden correspondent in Moskou. Was het nu al raak bij mij? Moest ik onthouden dat mensen van mij houden, omdat het zo jammer zou zijn voor die mensen als ik verongeluk, ofzo? Was dit een welkomstboodschap van de Russische geheime dienst?
Ik bracht mijn redactiechef op de hoogte, en ook de ambassadeur. Ik ondervroeg collega’s. Hun ervaringen waren gevarieerd: de een was een tijdje gevolgd door een man met een videocamera, een ander alleen maar een keer opgewacht door agenten die verklede hooligans bleken te zijn. Zet het op Facebook en Twitter, adviseerde een correspondent. Verder: negeren. Als je je door intimidaties laat afleiden, doe je je werk niet goed.

Onze flat wordt al vier correspondenten op rij gehuurd door NRC. De volgende dag belde iemand van de krant die hier vaker is geweest. „Zoek het niet meteen hogerop”, zei hij. „Het is vast Andrej.” Toen voelde ik me heel erg stom. Van de hooguit een procent van een procent Moskovieten die Nederlands spreekt, blijkt er één bij ons in de flat te wonen: Andrej. Hij is aan de drank. Die betaalt hij door de kunstcollectie van zijn ouders beetje bij beetje te verkopen.
Natuurlijk, het was Andrej, concludeerde ook mijn voorganger: „Hij is heel lief, maar een echte alcoholist zonder geheugen. Hij valt in herhaling”, waarschuwde hij. „Als je hem belt, dan ziet hij dat als een uitnodiging. Dan blijft hij aanbellen en opbellen, bij voorkeur ’s nachts.”
Zo ontvouwde zich een mooie, sommigen zouden zeggen ‘typisch Russische’ anekdote over een naïeve buitenlander, een rare flatbewoner en liters sterke drank. Maar zonder rol voor de geheime politie.

Mooie boel. Had ik mijn hoofdredacteur niet gezegd dat ik onbevooroordeeld naar dit land zou kijken? Dat ik Russen zo goed snapte, omdat ik hier gestudeerd had? Nu moest ik erkennen dat ik te veel James Bond had gekeken. Ze hebben hier een woord voor een vrouw die emotionele conclusies trekt: (h)ysterietsjka.

Misschien komt het doordat in onze reusachtige flat, waar vroeger Stalins generaals woonden, de politie een hokje heeft. Doordat in ons metrostation, dat uitkomt op een voormalige bunker voor die generaals, de politie een bureau heeft. Doordat alles overal wordt bewaakt.
Tunnelvisie! Er woont gewoon een alcoholist in onze flat die toevallig Nederlands kan en me graag via de intercom wilde vertellen dat ik moet onthouden dat er mensen zijn die van mij houden.

(Ondertussen in Moskou, nrc.next, 14-11-2012)